Home

0 Comments | 19 juni 2014

de risotto

 

risotto is een rijstgerecht uit het noorden van Italië. De rijst wordt in bouillon gekookt en tijdens het koken worden andere ingrediënten toegevoegd. Het woord risotto is afkomstig uit het Lombardisch, de streektaal van Lombardije. Het lijkt etymologisch ook sterk op het Italiaanse riso dat ‘rijst’ betekent.

 

Geschiedenis van de risotto

 

Het verhaal dat Marco Polo de rijst uit China naar Italië heeft meegenomen, is een hardnekkige mythe. Anderen houden het er op dat de Romeinen al rijst verbouwden. In Venetiëvertelt men dat de Venetiaanse kooplieden de rijst meebrachten uit de Levant.

De meest waarschijnlijke verklaring is dat rijst in de tiende eeuw in Sicilië door de Arabieren geïntroduceerd is. Zo’n 500 jaar later werd in het noorden begonnen met het verbouwen van rijst. De cisterciënzermonniken van het Lucedioklooster in de buurt van het plaatsje Trino (Piëmont) ontdekten dat in de Povlakte de juiste omstandigheden voor de rijstbouw aanwezig waren. Rond 1400 introduceerden zij hier de rijstbouw.

De Spanjaarden, die Lombardije in de 15e eeuw in bezit hadden, hebben hun eigen bijdrage geleverd aan de risottobereiding. Hun taal gaf de benaming aan de stap in het bereidingsproces van de risotto waar de boter wordt toegevoegd, de mantecatura. Dit woord is afgeleid van het Spaanse mantequilla, wat boter betekent.

In de negentiende eeuw werden in de Povlakte enorme rijstvelden aangelegd. Veel van deze rijstvelden werden bevloeid met water dat via daarvoor aangelegde kanalen, zoals hetCavourkanaal werd aangevoerd.

In de twintigste eeuw zorgden betere productiemethoden en de mechanisatie van de landbouw voor een gestage groei van de rijstteelt.

Vanwege de armoede die er in de twintigste eeuw in Italië heerste, was er voor veel gezinnen geen geld om kaas en/of boter te kopen en at men de risotto zonder.

In de eenentwintigste eeuw gingen Italiaanse rijstbedrijven ook risotto-rijst produceren in andere landen, zoals in Roemenië

Rijstsoorten

 

Door het in 1931 opgerichte Ente Nazionale Risi (Nationale rijstautoriteit) is een classificatie gemaakt volgens de grootte van de korrels

  1. Riso commune (huishoudrijst)
  2. Riso semifino (rondkorrelige rijst)
  3. Riso fino (middelgrote en standaardrijst)
  4. Riso superfino (luxerijst)

De Ente Nazionale Risi ziet er op toe dat de verschillende rijstsoorten aan deze criteria voldoen en dat zij onderling niet kruisen.

De rijstkorrels zijn rond en kunnen meer dan viermaal hun gewicht aan vocht opnemen zonder van vorm te veranderen of kapot te koken.

Er zijn verschillende rijstsoorten die voor risotto gebruikt worden. Arborio is de meest gebruikte en de meest verkochte rijstsoort. Andere bekende soorten zijn Carnaroli en Vialone Nano. Minder bekende soorten zijn Cripto, Roma, Baldo, Lido, Alpe, Loto, Europa, Padano, Sant’Andrea, Balilla en Ribe

Carnaroli wordt veel gebruikt in de risotto alla milanese, een typisch risottogerecht uit Milaan.

Vialone Nano komt uit de regio Veneto en werd na de Tweede Wereldoorlog gecultiveerd rondom de stad Verona. De Vialone Nano Veronese P.G.I. is de enige rijst uit Europa die een keurmerk voor beschermde geografische aanduiding heeft ontvangen van de Europese Unie. Het is een semifino rijst, die veel vocht op kan nemen. Hij wordt veel gebruikt in onder andere de Venetiaanse risotto’s, die vaak all ‘onda (~golvend) geserveerd worden.

Bereiding van risotto

 

De bereiding van risotto vindt in vijf verschillende stappen plaats. De eerste stap is het maken van een soffrito. Hierbij wordt een gesnipperde ui, eventueel samen met een teentje knoflook, gesmoord in wat boter. Ook kan men in plaats van boter olijfolie gebruiken. Soms wordt ook een deel boter en een deel olijfolie gebruikt.

De tweede stap is de tostatura, hierbij wordt de rijst in de soffrito in twee tot drie minuten aangebakken. De rijst verandert dan van wit ondoorzichtig naar een beetje glazig.

De derde stap is het toevoegen van vocht, zoals witte wijn, water en/of bouillon. Dit toevoegen van vocht gebeurt geleidelijk zodat de rijst het water langzaam op kan nemen. Het is belangrijk om de rijst om te blijven roeren. Door de voortdurende frictie, kan het zetmeel uit de korrels naar de oppervlakte van de korrels komen en opgelost worden in het kookvocht. Dit vrijkomen van zetmeel bindt de rijst en zorgt voor de kleverigheid ervan. Een andere, zij het omstreden werkmethode, die evenwel door sommige chefs wordt gebezigd, is al het vocht in één keer toevoegen (twee delen vocht op één deel rijst) en rustig laten sudderen tot al het vocht is opgenomen.

De vierde stap is het toevoegen van de overige ingrediënten. Deze verschillen per gerecht. In het hoofdstuk hieronder wordt een overzicht gegeven van enkele klassieke risotto’s en hun typische ingrediënten.

De laatste stap is de mantecatura. Dit is een korte rustpauze van circa één minuut, gevolgd door het toevoegen van Grana Padano (korrelige kaas) en boter. Hierna wordt de risotto direct opgediend, het liefst zo heet mogelijk. Door het toevoegen van deze romige bestanddelen, wordt de structuur van de risotto ook wat losser.

bron Wikipedia

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *